Individuele ceremonies

Bij Winddanser kan je terecht voor een aantal heel intensieve persoonlijke individuele ceremonies. De eerste ceremonie is een individuele retraite van één of meerdere dagen op een speciale plek in de natuur. Deze retraite draagt de naam kleine koepel der regenbogen en is erop gericht om een diepe innerlijke transformatie te realiseren en voor healing op een zeer diepe laag te zorgen. De retraite is gericht op persoonlijke groei en transformatie.  In de stilte en de duisternis van de kleine koepel bestaat er geen oordeel, tijd of ruimte. Iedereen kan hier zijn wie zij of hij is. De kleine koepel is een plek voor het helen van wonden, voorbereiding op de toekomst en het loslaten van het verleden, maar vooral een plek van transmutatie en het uitreiken naar het Leven. De retraite helpt je om het fundament te leggen voor verandering. Dit proces is maatwerk en kunnen we in een persoonlijk gesprek verder bespreken.

Naast deze retraite kun je ook komen voor een Geboorte Totem Ceremonie. Tijdens deze reading ceremonie maak je kennis met de drie belangrijkste kleuren die jou definiëren en steunen op je levenspad. Je ontdekt wat je spirituele clan is, je maakt kennis met de zeven beschermers (totemdieren) van je chakra’s en je krijgt contact met één van je gidsen. Omdat je zoveel informatie krijgt tijdens deze reading van ongeveer vijf uur wordt deze voor je uitgewerkt in een boekje dat je later krijgt toegestuurd. 

De kleine koepel der regenbogen retraite

Een jonge vrouw was op het glooiende grasland op zoek naar voedsel. Toen ze in de hemel boven haar een lied hoorde keek ze verrast omhoog om de bron van dit wonderschone lied te achterhalen. Terwijl ze omhoog keek kwam één van de stippen aan de hemel in een cirkelende spiraal naar beneden. Des te lager de stip kwam des te meer het lied haar leek te omarmen. Het leek haar zelfs zachtjes te wiegen.

De jonge vrouw voelde met het naderen van de stip haar hart steeds harder bonzen in haar borst. Ze voelde de drang om te vluchten, weg van de naderende stip. Het lied van de vogel beroerde echter haar hart en de al jaren in haar smeulende moed begon langzaam te ontvlammen. Er werden plekken beroerd die al tijden star, koud en pijnlijk waren. Ze voelde de stip naderen en ze kromp ineen en ze kruiste haar armen als afweer boven haar hoofd.

Toen was het stil. Verward keek ze om zich heen. Ze speurde de hemel af op zoek naar de vogel, maar er was geen stip meer te zien. Teleurgesteld ging ze zitten. Ze sloot haar ogen en boog haar hoofd. Ze luisterde uit alle macht of ze het lied van de vogel nog ergens kon horen. Maar wat ze ook probeerde, hoe hard ze ook luisterde het lied was verdwenen. Het enige wat ze hoorde was de wind die ruiste door het gras en het kloppen van haar hart.

Ze zat daar nog een tijdje in stilte en begon toen zachtjes te huilen. Niet van de pijn, maar om zichzelf. Ze huilde om al die momenten dat ze zichzelf te kort had gedaan, die momenten dat ze niet de moed had gehad om te kiezen voor haar eigen pad, om te kiezen voor de weg die haar hart haar ingaf.

Plots hoorde ze een stem vragen: “Waarom huil je?”

Geschrokken keek ze om zich heen, wie was het die tegen haar sprak?

Maar ze zag niemand. 

“Waarom huil je?” hoorde ze de stem opnieuw zeggen.

“Is daar iemand?” vroeg ze angstig.

“Hier beneden, tussen het hoge gras,” zei de stem.

Ze keek nog een keer goed naar waar de stem vandaan kwam. Daar verscholen tussen het gras zag ze een prachtige schildpad.

“Oh, hallo,” zei ze, “Wat ben je mooi.”

“Waarom huil je?” vroeg schildpad opnieuw.

“Ach niets,” zei ze, “gewoon, mensendingen.”

“Mensendingen?” zei schildpad bedachtzaam.

“Ja,” zei ze, “mensendingen, eigenlijk niet zo belangrijk.”

“Oh, goed dan,” zei schildpad. Hij draaide zich langzaam om, en begon bij de vrouw vandaan het grasland op te lopen, terwijl hij mompelde: “mensendingen.”

Terwijl de jonge vrouw keek naar de langzaam weglopende schildpad werd ze overvallen door een diep gevoel van eenzaamheid en angst. Misschien moet ik schildpad vragen om hier bij mij te blijven. Het wordt al laat en ik wil eigenlijk niet alleen zijn. Ze riep naar schildpad in de hoop dat ze terug zou komen, maar er kwam geen reactie. Het enige wat er gebeurde was dat het schildpad steeds verder aan de horizon verdween.

De vrouw stond op en begon in de richting te lopen waarin schildpad was verdwenen, maar spoedig kon ze zijn sporen niet meer zien in het wuivende gras en werd haar aandacht afgeleid door alle prachtige wezens die daar leefden. Ze bleef nog een tijdje doorlopen in de richting waarin ze wist dat schildpad was verdwenen. Zo snel was een schildpad nu ook weer niet en ze moest het dus wel inhalen. Maar hoe ver ze ook liep, schildpad was nergens meer te bekennen.

Moe en verdrietig viel de jonge vrouw in slaap.

De volgende ochtend werd ze met het krieken van de dag wakker. Nog half slapend genoot ze van de weerspiegeling van het eerste zonlicht op de dauwdruppels die hingen aan de graspluimen om haar heen. Ze voelde zich vredig en zelfs een beetje gelukkig. Haar gemijmer werd echter al snel verstoord door een zacht geritsel naast haar. Ze draaide zich heel voorzichtig om, en daar tussen het zachtjes wuivende gras scharrelde een muis. Haar eerste reactie was om op te springen en te gillen, maar iets in het muisje intrigeerde haar en ze bleef stil liggen op haar plek en de gil verstomde in haar keel.

Ze lag daar stil te kijken naar het rondscharrelende muisje en ze was verbaasd over de schoonheid van het kleine beestje.

“Wat ben je mooi,” zei ze net iets te hard. Nou ja, in ieder geval voor de muis. Het kleine beestje keek geschrokken op van zijn werkzaamheden en schoot weg, verder het gras in.

De jonge vrouw keek glimlachend naar de plek waar de kleine muis net nog heel druk bezig was geweest. Ze dacht aan al die keren in haar eigen leven dat ze zo druk bezig was geweest met wat er precies voor haar was en alle andere dingen volledig aan haar aandacht voorbij waren gegaan. Wat hebben we allemaal eigenlijk een beperkt zicht op de wereld en vaak hebben we dat niet eens door.

Ineens begon de grond onder haar te trillen. Eerst was het een kleine trilling, maar spoedig kreeg ze het gevoel dat haar hele wereld op zijn grondvesten schudde. Ze keek verschrikt om zich heen opzoek naar de oorzaak van wat haar wereld deed schudden. In eerste instantie zag ze niks, maar toen ze wat beter keek zag ze een wolk van stof naar zich toe komen. Des te dichterbij de wolk kwam, des te harder haar wereld begon te schudden. De jonge vrouw keek in paniek om zich heen en zocht met haar ogen naar een veilig heenkomen. Toen besloot ze dat ze niet langer wilde vluchten en bleef waar ze zat. Toen de stofwolk dichterbij kwam, zag ze dat het stof werd veroorzaakt door de honderden hoeven van bizons. Vol ontzag bleef ze zitten kijken naar de op haar afstormende golven van deze majestueuze dieren.

Toen stopte haar wereld met schudden en daalde de stofwolk neer. Daar vlak voor haar stond een kudde vredig grazende bizons.

Ze luisterde naar het briesen en het gekauw van deze grootste wezens en ze begon zich weer te ontspannen. Toen voelde ze iets nats in haar nek. De jonge vrouw sprong overeind en draaide zich om. Daar op slechts een paar centimeter afstand van haar stond een grote stier.

“Wees maar niet bang,” zei de stier met een diepe stem. “Ik zal je geen kwaad doen. Ik wil alleen maar even kennismaken, misschien kan ik je helpen op je zoektocht.”

“Kennismaken … Helpen … Mij … Zoektocht?” stamelde de jonge vrouw.

“Praten is duidelijk niet je sterkste kant,” glimlachte de stier en ging verder, “Ja, ik bedoel helpen met je zoeken naar harmonie en verbondenheid.”

“Oh, ja graag, vertel me wat ik moet doen,” zei de jonge vrouw nu opgewonden.

“Jezelf weggeven,” zei de stier stellig.

“Mezelf weggeven? Aan wat? Aan wie? Hoe?” vroeg de jonge vrouw verward.

“Het leven, natuurlijk.” zei de stier.

“En hoe doe ik dat?” zei de jonge vrouw.

“Door los te laten, te sterven,” zei de stier.

“Sterven? Ik?” zei de jonge vrouw nu angstig wordend.

“Ja, sterven tot jezelf.” zei de stier.

“Sterven tot mezelf? Dat snap ik niet.” zei de jonge vrouw.

“Ga verder richting de bergen, tot je de kleine koepel der regenbogen ziet. Daar kunnen ze je verder helpen met je queeste,” zei de stier en hij liep weer terug naar de kudde.

Sterven tot mezelf, wat een vreemd iets, dacht de jonge vrouw. “Dan ga ik maar op zoek naar de kleine koepel der regenbogen. Ik heb alleen geen idee waar deze zich dan bevindt,” mompelde ze hardop. Ze bedankte de stier vanbinnen voor zijn boodschap en ze begon richting de bergen in de verte te lopen.

Na een tijdje zag ze rook in de verte. Haar hart maakte een sprongetje van vreugde. Rook, dat betekende vast vuur, en vuur betekende een kans op eten. Ze had een enorme honger. Ze versnelde haar pas en ging naar het vuur. Eenmaal bij het vuur aangekomen zag ze een grootmoeder die voor het vuur zorgde en zachtjes haar gebeden zong. De jonge vrouw bleef op gepaste afstand in stilte staan en wachtte tot de oude vrouw haar uitnodigde bij het vuur. Na wat wel een eeuwigheid leek, keek de grootmoeder op en gebaarde naar de jonge vrouw om bij haar te komen zitten aan het vuur.

“Wat kan ik voor je doen, kleindochter?” vroeg ze.

“Ik ben op zoek naar de kleine koepel der regenbogen. Weet u misschien waar dat is?” vroeg de jonge vrouw.

“Dat weet ik,” zei de grootmoeder. “Ik zal je er straks meer over vertellen. Maar neem eerst iets te eten.” De grootmoeder glimlachte en reikte de jonge vrouw een schaal met eten aan.

De jonge vrouw nam de schaal dankbaar aan en begon te eten van de heerlijke bessen en het gebraden vlees. Toen ze genoeg had gaf ze de schaal terug aan de grootmoeder. Deze nam de schaal aan en gooide wat van het eten in het vuur. “We eten nooit alleen,” zei ze. “We delen altijd iets met de schepping, als dank voor alles wat het ons geeft.”

Ze nam zelf wat te eten uit de schaal, gaf opnieuw een beetje aan het vuur en plaatste de schaal op de grond naast haar. Toen pakte ze een grote zware steen en overhandigde deze aan de jonge vrouw.

“Vertel de steen waarom je op zoek bent naar de kleine koepel. Vertel waarom je erin wilt gaan.” zei ze en ging weer zitten om haar pijp te stoppen, terwijl ze zachtjes een gebed prevelde.

Ze nam een kooltje uit het vuur om haar pijp aan te steken en sprak vervolgens tot de jonge vrouw.

“Ik ken de kleine koepel heel goed. Ik ben de hoedster van haar vuur, dit vuur. Wees welkom mijn dochter. Welkom op deze plek van transformatie en leren.” Ze was even stil en ging toen verder. “Geef je pijn, je verdriet aan het vuur. Het zal het voor je transformeren. Reik uit naar de schepping en ze zal met je praten. Spreek tot haar vanuit je hart.”

Praten vanuit mijn hart? dacht de jonge vrouw. Hoe doe ik dat? En wat moet ik dan zeggen?

“Het hoeft niet eloquent te zijn,” zei de grootmoeder, “zolang het maar oprecht en eerlijk is.”

Hoewel dit nog niet zo eenvoudig was, begon de jonge vrouw aan het vuur te vertellen wat er binnen in haar leefde. Ze merkte dat het steeds makkelijker werd om te onderscheiden wat echt belangrijk was en het leek wel alsof het vuur wist wanneer iets er echt toe deed en er op reageerde door heel even anders te branden.

“Geef me je steen,” fluisterde de grootmoeder tegen haar, “Het is tijd om deze aan het vuur te geven.”

De jonge vrouw gaf haar steen aan de grootmoeder en deze legde de steen in het midden van het vuur en ze begon te zingen. Toen verscheen er op een kleine afstand ten westen van het vuur een prachtige kleine koepel, stralend in alle kleuren van de regenboog.

“De kleine koepel der regenbogen,” fluisterde de jonge vrouw vol ontzag.

“De rookspiegel, de school van Leven, het ziekenhuis, de baarruimte voor transformatie,  De Kleine Koepel der Regenbogen is klaar om je te ontvangen,” zei de grootmoeder en ze opende de deurflap van de koepel. De jonge vrouw stond op en liep naar de opening van de kleine koepel. De opening was zo laag dat ze eerst moest knielen en buigen voordat ze de koepel binnen kon treden.

“Welkom kleindochter,” zei een vriendelijke stem tegen haar toen ze de koepel binnenkwam.

“Welkom in de regenboog. Welkom in deze school, deze tempel, dit ziekenhuis, deze baarruimte voor groei. Deze plek waar alles mag zijn en veroordeling niet bestaat. Mag het verhaal van je leven aan de binnenkant van je ogen worden geschilderd en een deken van healing en geborgenheid over je heen worden gelegd. Welkom in jouw dans met de Schepping,” zei de grootvader.

Na deze woorden sloot de grootmoeder de deurflap van de kleine koepel en viel er een helende duisternis over de jonge vrouw in de kleine koepel der regenbogen. Ze was weer thuis.

Ik wil graag meer weten